Ik schrijf historische fictie. Dat betekent dat ik verhalen verzin met een historische gebeurtenis als uitvalsbasis, met zelfverzonnen personages. Een voorbeeld is In furie en vlam, een novelle waarin ik de Spaanse Furie in Antwerpen als achtergrond gebruik.
De laatste tijd begin ik steeds meer richting speculatieve historische fictie te gaan. Dat wil zeggen dat ik de leemtes rond echte historische figuren steeds vaker probeer op te vullen en hen een grotere rol geef.
In De schaduw van Akko kon ik er niet omheen om historische figuren zoals Jacques de Molay en koning Filips IV op te voeren. Bij De Zwarte Valk merkte ik dat ik ook begon na te denken over de vraag: wat dreef Lodewijk XIV?
Daarom ben ik in mijn volgende manuscript nog een stap verder gegaan. Hier gebruik ik bijna uitsluitend historische figuren. Om eerlijk te zijn: zowat alle personages in In naam van Jehanne zijn gebaseerd op historische personen. Enkel een bankier heb ik zelf verzonnen en enkele personages heb ik een eigen draai gegeven. Dat is wat men speculatieve historische fictie noemt. Ik schrijf niet hoe het geweest is, maar hoe het geweest zou kunnen zijn.
Het is me ook opgevallen hoe weinig we eigenlijk zeker weten over de geschiedenis. Zo weet ik bijvoorbeeld dat de Mammelukken bij de verovering van Akko de stad zo goed als volledig hebben gesloopt. Ik beschrijf niets wat niet echt gebeurd is, maar bekijk de gebeurtenissen door de lens van personages die ik zelf heb verzonnen, op enkele uitzonderingen na.
Zo is de dood van tempeliersgrootmeester Guillaume de Beaujeu wel gedocumenteerd. Hij stierf tijdens het Beleg van Akko, waarschijnlijk getroffen door een projectiel. Wat voor projectiel? Dat weten we niet zeker. Ik vul dat in op een manier die plausibel is. Wat kan door een maliënkolder dringen? Zijn woorden: 'Ik vlucht niet, ik ben dood', zijn gedocumenteerd en gebruik ik daarom wel.
Historische fictie is dus voor een stuk speculatief schrijven. Ook het wereldbeeld en de manier van denken van mensen waren toen soms anders. Mensen geloofden sterk in het goddelijke en het bovennatuurlijke. Daarom laat ik bijvoorbeeld het contact met geesten over aan de interpretatie van de lezer. Is het echt, of is het de verbeelding van het personage? Natuurlijk heb ik daar als schrijver ook een mening over, maar ik vind niet dat ik mijn waarheid aan iemand moet opdringen.
Zo zijn er heel veel dingen die we niet weten, of niet met zekerheid kunnen weten. Dat is waar ik onderzoek doe en waar ik probeer de gaten met mijn verbeelding te vullen. Wat zou er gebeurd kunnen zijn?
In mijn laatste manuscript, waarin ik Gilles de Rais volg, merk ik dat ik begonnen ben met historische vooroordelen, maar met een compleet ander verhaal ben geëindigd. En zo heb ik opnieuw een uniek werk geschreven, gebaseerd op bronnen die al meermaals gebruikt zijn. De echte waarheid? Die ligt al eeuwen begraven bij de mensen die het uit eerste hand hebben meegemaakt.
Na dit manuscript heb ik ook een kortverhaal geschreven waarin ik met de dood van Marie de Rais, zijn dochter, ergens het einde van die familielijn markeer. We weten wanneer ze stierf en dat ze toen nog jong was, maar we weten niet echt hoe of waaraan. Dat is precies de speelruimte die je als schrijver hebt.
Afbeelding: AI-interpretatie van speculatieve historische fictie.
Reactie plaatsen
Reacties