Ik ga meteen de olifant in de kamer benoemen: ik lees graag. Ik hou van fantasy. Maar ik lees fantasy zelden in mijn moedertaal.
Dat komt door de verschillende vertelcultuur. Ik hou enorm van de Angelsaksische, story driven vertelstijl, waarin het verhaal centraal staat, zonder dat het noodzakelijk stilistisch perfect of overdreven literair moet zijn.
Ik heb veel Nederlandstalige fantasyboeken op mijn ereader staan, maar ik lees ze dikwijls niet uit. Waarom? Ze boeien me niet genoeg. Zijn ze slecht geschreven? Nee. Zijn de verhalen slecht? Ook niet. De stijl ligt me gewoon niet. Veel van die boeken zijn sterk lore driven en hebben de neiging om weinig vaart te maken. Ik voel te weinig spanning, emotie of narratieve drive. Wat voor anderen rijke wereldopbouw is, voelt voor mij vaak als een tekstuele massa waarin ik het verhaal verlies.
Daarom lees ik dus weinig Nederlandstalige fantasy. Het is simpelweg niet de vertelstijl waar ik als lezer het best op reageer. Mijn aandacht glijdt weg wanneer ik me door lange beschrijvingen en trage opbouw moet worstelen. Mijn ADHD-brein gaat dan compleet in overdrive en mijn leesplezier verdwijnt. Het gevolg? Het boek gaat opzij en blijft half gelezen liggen. Verdere delen van een reeks raak ik dan meestal ook niet meer aan.
Dan hoor ik vaak de frustratie dat lezers liever Engels lezen. Wel, daar zit voor mij een duidelijke reden achter. Engelstalige fantasy heeft een veel groter aanbod, waardoor je makkelijker iets vindt dat perfect bij je smaak aansluit. Bovendien voelt die vertelstijl voor mij vaak veel verhaalgerichter aan.
Urban fantasy van eigen bodem kan ik nog waarderen, maar klassieke epische fantasy werkt voor mij meestal niet. Daar haak ik vaak op af, omdat ik het gevoel krijg dat het verhaal onder de wereldbuilding bedolven raakt. Op film vind ik dat soort werelden geweldig, maar in boekvorm verlies ik er vaak mijn geduld mee.
Ik lees dus nog altijd graag fantasy, maar ik ben extreem selectief geworden in wat ik lees. Een boek moet voor mij hooks hebben, payoff bieden en me emotioneel meeslepen. Ik hou niet van teksten die eindeloos in mooie beschrijvingen blijven hangen zonder echte voortstuwing.
Een goed voorbeeld van fantasy die wél volledig werkt voor mij is de Captive Prince-trilogie van C. S. Pacat. Die boeken gaan vooruit en verwerken de wereldopbouw rechtstreeks in het verhaal. Geen eindeloze uitleg of oeverloze beschrijvingen, maar een directe, rauwe en doelgerichte vertelstijl. Daar hou ik van.
Aan de andere kant heb ik bijvoorbeeld totaal geen behoefte om ooit opnieuw door The Lord of the Rings te gaan. Eén keer was voor mij meer dan genoeg.
Ik kan absoluut genieten van langere reeksen en dikke boeken, maar dan moeten ze geschreven zijn volgens een vertelstijl die me meesleept. Thrillers lees ik bijvoorbeeld zonder probleem in het Nederlands, omdat daar vaak een heel andere narratieve aanpak achter zit.
Maar de tragere, meer beschrijvende epische fantasy waar sommige auteurs voor kiezen, werkt gewoon niet voor mij. Niet omdat die boeken objectief slecht zijn, maar omdat ik als lezer nood heb aan tempo, spanning en emotionele voortstuwing. Wanneer dat ontbreekt, raak ik gefrustreerd in plaats van geboeid.
Dat is hoe ik als lezer werk. En eerlijk? Dat is ook hoe ik zelf wil schrijven. Niet voor iedereen, ongetwijfeld, maar uiteindelijk houdt niemand van elk boek.
Afbeelding: AI-gegenereerd beeld om mijn frustratie met de traagheid van bepaalde fantasyboeken weer te geven.
Reactie plaatsen
Reacties